Menu Vind Restaurant
* zondag 27 april 2014 *

Smulpaapje interviewt! - Niels Roelen

Susan Aretz – Smulpaapje Interviewt!

In 2013 startte Smulpaapje de reeks ‘Smulpaapje interviewt’. Een succesvolle serie waarin topchefs zoals Jonnie Boer, Hans van Wolde, Ron Blaauw en Julius Jaspers en nog vele andere vertelden over hun visie op kinderen en (uit) eten.

Dit jaar gaan we in gesprek met de bekende(re) papa’s en mama’s van Nederland. Hoe gaat het er bij hen aan de keukentafel aan toe? Hebben zij lastige eters als kinderen? Of maakt het feit dat zij zelf lekkerbekken zijn ook dat hun kinderen makkelijke eters zijn? Vorige week kon je het interview met Suus Ruis lezen. Deze week een bijzondere ontmoeting met Uruzgan veteraan en auteur Niels Roelen

“Verleg de (eet)grenzen van je kinderen én van jezelf”

We hebben afgesproken in een koffietentje in Den Haag, Niels en ik kennen elkaar alleen via Twitter en ik ken een deel van zijn geschiedenis door de boeken die hij heeft geschreven over zijn tijd in Uruzgan. Die periode heeft ook invloed gehad op de manier waarop Niels nu met eten omgaat. Maar daarover later meer.

Eethistorie

Niels (1973, vader van 2 kinderen) groeit, samen met zijn broer en zus, op in een typisch ‘aardappel, vlees, groente gezin’. “Woensdag was gehaktdag, dan was het in de aanbieding. Later in de week maakte mijn moeder daar dan nog spaghetti bolognese van. We moesten ook alles proeven. Behalve vis, iets wat ik écht niet lustte, daar werd een uitzondering voor gemaakt. Maar alles werd eerst geproefd, dan pas mocht je zeggen of je het lust of niet.

In de opvoeding van mijn eigen kinderen merk ik dat dat minder gebeurt, omdat er zoveel keuze is. Je kunt dat soort situaties heel makkelijk ontlopen door te koken wat ze lekker vinden. Toch probeer ik iedere week iets te koken wat we nog nooit eerder gegeten hebben, ik ook niet. Zo verleggen we onze grenzen, ook de mijne.”

Afghanistan versus Nederland

Gedurende de 140 dagen dat Niels in Afghanistan is valt hem op hoe de eetcultuur daar verschilt van de Nederlandse. “Er is daar niks. Mensen hebben een tekort aan alles, maar delen dat kleine beetje wat ze hebben met elkaar. Er wordt daar amper iets weggegooid, simpelweg omdat ze zich dat niet kunnen permitteren. Hier eten we, ondanks de overdaad aan keuze, best wel arm. We vinden van alles niet lekker. Wat een verschil met daar. Voor ons is eten functioneel, we gaan veel te weinig zitten." om echt samen te eten.

Ook het sociale aspect valt hem op. "We waren een aantal keren te gast bij Afghaanse gezinnen. Die weten overigens echt wel waar hun eten vandaan komt, want de kip of geit wordt voor je neus geslacht.  Verser dan dat wordt het niet. Bovendien wordt er altijd samen gegeten, je eet met z’n allen van een groot dienblad.”

Eten op missie

“Op het kamp werd er gekookt. De keuken was echt niet slecht, hoewel er veel gefrituurd werd. Als je op patrouille ging (Red: Niels ging van de 140 dagen dat hij in Afghanistan was, 100 dagen op patrouille) kreeg je ‘meals ready to eat’ mee. Dat waren zakjes waar alles in zat, het enige dat je hoefde te doen was water toe te voegen.

Er zat een soort karbiet-achtig element bij om het eten warm te maken. Die lucht is alleen heel indringend, dat ga je op een gegeven moment in je eten proeven. Als je daar zit went dat. Maar een tijd nadat we terug waren uit Afghanisatan en op oefening waren en ik die zakjes weer at ging ik letterlijk over mijn nek van de karbietlucht. Dat zijn (eet)herinneringen die blijkbaar toch blijven hangen.”

Eetherinneringen

“Die lucht van karbiet doet me ook terugdenken aan de tijd dat we vroeger op de markt stroopwafels kochten. Je kent ze wel. Er zaten er 12 in een pakje. Mijn moeder kocht vaak 2 pakjes, daar deden we dan een week mee. Maar als mijn broer en ik uit school kwamen stortten we ons op de koektrommel. Tot dat mijn moeder die ging dichtplakken met plakband (lacht). Daar hadden mijn broer en ik dan wel een oplossing voor, we plakten de trommel gewoon keurig dicht nadat we stroopwafels hadden gepakt. Daarna ging mijn moeder de plakband verstoppen, tja toen zat er niks anders op dan in één keer alle stroopwafels opeten. Met z’n tweetjes hebben we toen ruim 24 stroopwafels opgegeten. Het heeft 10 jaar geduurd voordat ik weer een stroopwafel at, zo ziek was ik er destijds van geworden. Gek genoeg was dat in Afghanistan, waar we ze aan de lokale bevolking uitdeelden.”

Eetopvoeding

Wat Niels ervaart in Afghanistan probeert hij ook over te brengen op zijn eigen kinderen. “Mijn moeder zei vroeger altijd dat ik niet mocht zeggen dat ik honger had. Want kinderen in Afrika, díe hadden honger. Dat vond ik toen onzin, want hoe wist ze dat nou? Ze was er nog nooit geweest. Nu kan ik tegen mijn eigen kinderen wel uit eigen ervaring vertellen hoe kinderen in arme landen het hebben.

Hoewel je natuurlijk nooit helemaal voorkomt dat je terugvalt in je eigen Westerse patronen koop ik tegenwoordig wel bewuster in om te voorkomen dat ik teveel eten moet weggooien.“

Eetrituelen

“We proberen zo veel mogelijk samen aan tafel te eten, maar dat lukt niet altijd. Als ik laat thuis ben, zoals gister, dan doen we het makkelijk met een bord op schoot. Maar eigenlijk vind ik dat heel ongezellig. Er staat in principe ook geen televisie aan tijdens het eten.

Tafelmanieren, aan tafel blijven tot iedereen klaar is, ik vind het belangrijk. Mijn kinderen zien daar het nut iets minder van in. Maar voor mij is het een rustpunt, even geen haast.”

Wat wil je ouders meegeven?

“Als ouders ben je volgens mij verantwoordelijk voor het eetgedrag van je kinderen. Ik zie hoe sommige mensen onderhandelen over twee boontjes, met kinderen die echt niks willen eten. Geef niet te veel toe aan de grillen van je kinderen. Het is zo belangrijk om ze dingen te leren proeven. Ik probeer het zelf ook steeds vaker, om mijn eigen grenzen te verleggen, zelfs met vis. En niet te vergeten, ben dankbaar voor de keuze (aan eten) die je hebt!

 

Geen reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst in dit bericht.

Reactie formulier